De kaart van G. Heeringa
Deze Plattegrond van Groningen werd in 1919 uitgegeven door boekverkoper en uitgever Scholtens & Zoon. De kaart werd getekend door G. Heeringa, destijds opzichter/tekenaar bij de gemeentewerken van Groningen. Volgens het originele opschrift baseerde hij zich op ‘officiële bronnen’. Hiermee worden waarschijnlijk de actuele kadastrale gegevens uit die tijd bedoeld en een aantal plannen waar de stad op dat moment aan werkte. De oorspronkelijke kaart bevat bovendien een overzicht van voorname gebouwen, waarbij vooral het grote aantal gasthuizen en laboratoria opvalt. Tot slot geeft de kaart informatie over de spoor- en tramlijnen in de stad.
De kaart nader bekeken
Op de stadsplattegrond van 1919 zijn de aanzetten van een aantal nieuwe uitbreidingen al goed te zien. Zo zijn de Schildersbuurt, de eerste straten van de Oranjebuurt en de Korrewegwijk in wording. Bovendien laat de kaart toenmalige actuele ontwikkelingen zien. Zo wordt het gebied ten oosten van het tegenwoordig gedempte ‘Verbindingskanaal tusschen Boterdiep en Damsterdiep’ gereserveerd voor een ‘Uitbreidingsplan Ziekenhuis’, is het ‘Goorrecht kanaal’ in wording en een ‘Stadspark in aanleg’.
Ook opmerkelijk is een viertal straten aan het Gorechtkanaal, midden in de huidige Oosterparkwijk. Dit kleine buurtje, bekend als het Rode Dorp, werd gebouwd in 1918. Het bestond uit 29 houten noodwoningen en 68 semi-permanente bakstenen woningen aan het Zaagmulderswegje. De houten noodwoningen werden rond 1930 gesloopt, de 68 semi-permanente woningen pas in 1968-1969. Verder is ten noorden van de Kraneweg, bij een ‘dode’ arm van het Reitdiep, nog het terrein van een oude houtzagerij (B5) te vinden.
Andere opmerkelijke zaken zijn de Gemeentebadplaats bij de Kleine Badstraat (C7), het in 1898 aangelegde Noordersportterrein (E3) - dat amper drie jaar na het verschijnen van deze stadsplattegrond moest wijken voor nieuwe uitbreidingen - en de ‘Verzamelplaats van fecaliën’ (H8), bestemd voor de verwerking van menselijke uitwerpselen. In 1919 was de aanleg van de gemeentelijke riolering namelijk nog in volle gang en was een toilet in veel woningen nog een ton waarvan de inhoud regelmatig werd afgevoerd om tot mest te worden verwerkt.
Bijzonder zijn ook de verschillende tramlijnen die de stad doorkruisen. Lijn 1 verbond het Noorderstation met de Grote Markt om vervolgens de Herestraat en Hereweg af te rijden tot voorbij het Sterrebos. Lijn 2 startte op de kruising van de Oostersingel en de Bloemstraat en voerde vervolgens over de Grote Markt, de Vismarkt, de Brugstraat en de Westersingel om uit te komen op de kruising van de Kraneweg met de Friesche Straatweg. Lijn 3 verbond het hoofdstation met de Akerkhof en lijn 4 de Meeuwerderbaan, over de Veemarkt met de Grote Markt. Naast deze vier stadslijnen kende Groningen in 1919 twee regionale tramlijnen die de stad verbonden met Paterswolde en Zuidlaren. Zij vertrokken respectievelijk vanaf de hoek van de Eelderstraat met de toenmalige Hoornsche Dijk (nu Paterswoldeweg) en vanaf de Infanteriekazerne tegenover het Sterrebos.
Ook opmerkelijk is een viertal straten aan het Gorechtkanaal, midden in de huidige Oosterparkwijk. Dit kleine buurtje, bekend als het Rode Dorp, werd gebouwd in 1918. Het bestond uit 29 houten noodwoningen en 68 semi-permanente bakstenen woningen aan het Zaagmulderswegje. De houten noodwoningen werden rond 1930 gesloopt, de 68 semi-permanente woningen pas in 1968-1969. Verder is ten noorden van de Kraneweg, bij een ‘dode’ arm van het Reitdiep, nog het terrein van een oude houtzagerij (B5) te vinden.
Andere opmerkelijke zaken zijn de Gemeentebadplaats bij de Kleine Badstraat (C7), het in 1898 aangelegde Noordersportterrein (E3) - dat amper drie jaar na het verschijnen van deze stadsplattegrond moest wijken voor nieuwe uitbreidingen - en de ‘Verzamelplaats van fecaliën’ (H8), bestemd voor de verwerking van menselijke uitwerpselen. In 1919 was de aanleg van de gemeentelijke riolering namelijk nog in volle gang en was een toilet in veel woningen nog een ton waarvan de inhoud regelmatig werd afgevoerd om tot mest te worden verwerkt.
Bijzonder zijn ook de verschillende tramlijnen die de stad doorkruisen. Lijn 1 verbond het Noorderstation met de Grote Markt om vervolgens de Herestraat en Hereweg af te rijden tot voorbij het Sterrebos. Lijn 2 startte op de kruising van de Oostersingel en de Bloemstraat en voerde vervolgens over de Grote Markt, de Vismarkt, de Brugstraat en de Westersingel om uit te komen op de kruising van de Kraneweg met de Friesche Straatweg. Lijn 3 verbond het hoofdstation met de Akerkhof en lijn 4 de Meeuwerderbaan, over de Veemarkt met de Grote Markt. Naast deze vier stadslijnen kende Groningen in 1919 twee regionale tramlijnen die de stad verbonden met Paterswolde en Zuidlaren. Zij vertrokken respectievelijk vanaf de hoek van de Eelderstraat met de toenmalige Hoornsche Dijk (nu Paterswoldeweg) en vanaf de Infanteriekazerne tegenover het Sterrebos.
Jaar
1919