A.J. Sanders
Anton Johan Sanders (Rotterdam, 9 februari 1869 - Groningen, 18 april 1909) volgt de H.B.S. maar stapt na het overlijden van zijn vader over naar de Haagse Ambachtsschool. Hij wil zo snel mogelijk in zijn eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Sanders valt op als een goede leerling en wint prijzen voor timmeren en hand- en rechtlijnig tekenen. In april 1885 studeert hij af, waarna hij onder andere aan de slag gaat voor de Haagse architect E.F. Ehnle. Later werkt hij voor de oorspronkelijk uit Zeeland afkomstige J.J. van Nieukerken die met zijn bureau eveneens gevestigd is in Den Haag.
Dankzij Van Nieukerken komt Sanders rond 1898 in Groningen terecht. Van Nieukerkens bureau werkt namelijk aan de nieuwbouw van Algemeen Provinciaal-, Stads-, en Academisch Ziekenhuis dat na de ontmanteling van de vesting een plek krijgt aan de Oostersingel. Sanders is als tekenaar betrokken bij het project en later ook als adjunct-architect en opzichter: de vooruitgeschoven post van Van Nieukerken in Groningen.
Nog voor oplevering van het ziekenhuis besluit Sanders voor zichzelf te beginnen, en wel in de stad waar het toeval hem heeft gebracht: Groningen. Met aannemer-architect Piebe Belgraver maakt hij in 1901 een niet gerealiseerd uitbreidingsplan voor het gebied tussen het Hoendiep en de Kerklaan, een paar jaar voor het verschijnen van het eerste echte uitbreidingsplan van de stad, het Plan van Uitleg van Mulock Houwer. Ook gaat hij aan de slag als ontwerper van meubels en interieurs bij de Meubelfabriek Nederland J.A. Huizinga. Ontwerper, kunstenaar en docent aan Academie Minerva A.W. Kort is daar zijn naaste collega.
Voor de Meubelfabriek Nederland zit Sanders in 1903 ook in de jury van de ontwerpprijsvraag Modern Woonkamer Ameublement. Mede-juryleden zijn bouwmeester H.P. Berlage, directeur van gemeentewerken J.A. Mulock Houwer en de bekende architecten en meubelontwerpers Willem Penaat en H.W. Mol. Ondertussen blijft Sanders samenwerken met zijn oude leermeester onder de naam Van Nieuwkerken en Sanders Architecten, vooral aan de verdere uitbreiding van het ziekenhuis. Sanders’ kantoor zit aanvankelijk aan de Oude Boteringestraat 56a en vanaf 1906 aan de H.W. Mesdagstraat 7a.
Van directeur J.A. Huizinga krijgt Sanders in 1904 de opdracht een nieuw magazijn met toonzaal te ontwerpen voor de Meubelfabriek Nederland aan de Blekerstraat. Niet veel later volgt een andere prominente opdracht: de bouw van de Julius Oppenheimbank aan de Pelsterstraat. Er blijft een band met Den Haag. Zo ontwerpt Sanders in 1906 een nieuwe drukkerij voor De Avondpost in de tuin van de krant aan het Westeinde.
Ook elders in Nederland bouwt hij. Voorbeelden zijn een dubbel woonhuis in Soest (1907), een woonhuis aan de Landstraat in Delfzijl, een burgemeestersvilla in dezelfde plaats (1908), een woning aan de IJsselkade in Zutphen (1908), een landhuis voor Prof. Wenckebach in Nunspeet, en twee villa’s in Wildervank. Verder doet hij mee aan (internationale) ontwerpprijsvragen, onder andere voor een Krankzinnigengesticht in Triëst. Sanders is een van de prijswinnaars. Natuurlijk doet hij dat niet allemaal alleen. Een van zijn medewerkers is de talentvolle architect Meindert Eelkema, die kort na zijn afstuderen als bouwkundig opzichter in dienst komt bij Sanders.
Ook elders in Nederland bouwt hij. Voorbeelden zijn een dubbel woonhuis in Soest (1907), een woonhuis aan de Landstraat in Delfzijl, een burgemeestersvilla in dezelfde plaats (1908), een woning aan de IJsselkade in Zutphen (1908), een landhuis voor Prof. Wenckebach in Nunspeet, en twee villa’s in Wildervank. Verder doet hij mee aan (internationale) ontwerpprijsvragen, onder andere voor een Krankzinnigengesticht in Triëst. Sanders is een van de prijswinnaars. Natuurlijk doet hij dat niet allemaal alleen. Een van zijn medewerkers is de talentvolle architect Meindert Eelkema, die kort na zijn afstuderen als bouwkundig opzichter in dienst komt bij Sanders.
Anton Sanders overlijdt op 18 april 1909 onverwacht, op veertig jarige leeftijd. In het Bouwkundig Weekblad schrijft Jan Anthony Mulock Houwer een uitgebreide necrologie waarin hij niet alleen het werk, maar ook persoon prijst. Mulock Houwer heeft het over eerlijk werk van een fijn voelend kunstenaar. “[Sanders] gaf alles wat het toekwam en wist in alle gevallen de vormenmassa te beheerschen. Maar ook hierbij bleef hij wars van elk praatvertoon. Hij schuwde goedkoop effect, maar ook liet hij zich niet door de redelooze mode op sleeptouw nemen. Hij was één der weinigen, die in den tegenwoordigen tijd, nu de kunst hare geëffende banen verlaten heeft, hoog genoeg stond om als gids te dienen voor de vele zoekenden in dienst der architectuur.”